Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Rund: Voor gebruik bij acute luchtweginfecties, in combinatie met een geschikt antibioticum, om de klinische verschijnselen te reduceren.
Paard: Voor de verlichting van ontsteking en pijn bij aandoeningen van het bewegingsapparaat met name in het acute tot sub-acute stadium en voor de verlichting van viscerale pijn bij koliek.
Varken: Voor verlichting van het Mastitis – Metritis –Agalaxie Syndroom (MMA), in combinatie met een geschikt antibioticum, om de klinische verschijnselen te reduceren.
Per ml:
Werkzaam bestanddeel:
Flunixine (meglumine) 50 mg
(Overeenkomend met 82,9 mg flunixine meglumine)
Hulpstoffen:
Fenol 5 mg
Kleurloze tot licht geelachtige, heldere oplossing.
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Dien geen andere NSAID's gelijktijdig of binnen 24 uur van elkaar toe. Dien geen corticosteroïden gelijktijdig toe. Gelijktijdig gebruik van andere NSAID's of corticosteroïden kan het risico op maagdarmzweren vergroten. Sommige NSAID's kunnen sterk gebonden zijn aan plasma-eiwitten en verdringen andere sterk gebonden geneesmiddelen, wat tot toxische effecten kan leiden. Flunixine kan het effect van sommige bloeddrukremmers verminderen door inhibitie van de prostaglandinesynthese, zoals diuretica, ACE-remmers (angiotensin converting enzyme remmers) en β�blokkers. Gelijktijdige toediening met potentieel nefrotoxische geneesmiddelen (bijv. aminoglycoside�antibiotica) moet worden vermeden.
7. Bijwerkingen Rund: Soms (1 tot 10 dieren/1.000 behandelde dieren): Reactie op de injectieplaats (zoals irritatie en zwelling op de injectieplaats). Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Leveraandoening; Nieraandoening (nefropathie, papilnecrose)1 . Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Anafylaxie (bijv. anafylactische shock, hyperventilatie, convulsie, collaps, dood)2 ; Ataxie (incoördinatie)2 ; Aandoening van het bloed- en lymfesysteem3 , bloeding; Aandoening van het spijsverteringskanaal (maagdarmirritatie, - zweren en -bloeding, misselijkheid, bloed in de mest, diarree)1 ; Uitgestelde geboorte4 , doodgeboorte4 , retentio secundinarum (aan de nageboorte staan)5 ; Verlies van eetlust. 1 Vooral bij hypovolemische dieren of dieren met hypotensie. 2 Na intraveneuze toediening. Bij aanvang van de eerste verschijnselen dient de toediening direct gestopt te worden en moet, indien noodzakelijk, een anti-shock behandeling gestart worden. 3 Afwijkingen in het bloedbeeld. 4 Als gevolg van een tocolytisch effect, door remming van de aanmaak van prostaglandines die de geboorte initiëren. 5 Als het diergeneesmiddel wordt gebruikt in de periode na de geboorte. Paard: Soms (1 tot 10 dieren/1.000 behandelde dieren): Reactie op de injectieplaats (zoals irritatie en zwelling op de injectieplaats). Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Leveraandoening; Nieraandoening (nefropathie, papilnecrose)1 . Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Anafylaxie (bijv. anafylactische shock, hyperventilatie, convulsie, collaps, dood)2 ; Ataxie (incoördinatie)2 ; Aandoening van het bloed- en lymfesysteem3 , bloeding; Aandoening van het spijsverteringskanaal (maagdarmirritatie, - zweren en -bloeding, misselijkheid, bloed in de mest, diarree)1 ; Uitgestelde geboorte4 , doodgeboorte4 , retentio secundinarum (aan de nageboorte staan)5 ; Excitatie6 ; Spierzwakte6 ; Verlies van eetlust. 1 Vooral bij hypovolemische dieren of dieren met hypotensie. 2 Na intraveneuze toediening. Bij aanvang van de eerste verschijnselen dient de toediening direct gestopt te worden en moet, indien noodzakelijk, een anti-shock behandeling gestart worden. 3 Afwijkingen in het bloedbeeld. 4 Als gevolg van een tocolytisch effect, door remming van de aanmaak van prostaglandines die de geboorte initiëren. 5 Als het diergeneesmiddel wordt gebruikt in de periode na de geboorte. 6 Kan voorkomen door onbedoelde intra-arteriële injectie. Varken: Soms (1 tot 10 dieren/1.000 behandelde dieren): Reactie op de injectieplaats (zoals verkleuring van de huid, pijn, irritatie en zwelling op de injectieplaats)1 . Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Leveraandoening; Nieraandoening (nefropathie, papilnecrose)2 . Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Anafylaxie (bijv. anafylactische shock, hyperventilatie, convulsie, collaps, dood)3 ; Ataxie (incoördinatie)3 ; Aandoening van het bloed- en lymfesysteem4 , bloeding; Aandoening van het spijsverteringskanaal (maagdarmirritatie, - zweren en -bloeding, braken, misselijkheid, bloed in de mest, diarree)2 ; Uitgestelde geboorte5 , doodgeboorte5 , retentio secundinarum (aan de nageboorte staan)6 ; Verlies van eetlust. 1 Verdwijnt spontaan binnen 14 dagen. 2 Vooral bij hypovolemische dieren of dieren met hypotensie. 3 Na intraveneuze toediening. Bij aanvang van de eerste verschijnselen dient de toediening direct gestopt te worden en moet, indien noodzakelijk, een anti-shock behandeling gestart worden. 4 Afwijkingen in het bloedbeeld. 5 Als gevolg van een tocolytisch effect, door remming van de aanmaak van prostaglandines die de geboorte initiëren. 6 Als het diergeneesmiddel wordt gebruikt in de periode na de geboorte. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem.
Niet gebruiken bij dieren die lijden aan chronische aandoeningen van het bewegingsapparaat.
Niet gebruiken bij dieren die lijden aan lever-, nier-, of hartaandoeningen.
Niet gebruiken bij dieren met beschadigingen aan het maagdarm stelsel (bijvoorbeeld maag-darm ulcera of bloedingen).
Niet gebruiken indien er sprake is van bloed dyscrasia.
Niet gebruiken bij dieren met een overgevoeligheid voor flunixine meglumine, voor andere NSAIDs of voor andere bestanddelen van het product.
Niet gebruiken bij dehydratatie, hypovolemie en hypotensie.
Niet gebruiken bij dieren met koliek veroorzaakt door ileus, en die geassocieerd is met hydratie.
Dracht: De veiligheid van het diergeneesmiddel werd aangetoond bij drachtige koeien en zeugen. Het diergeneesmiddel niet gebruiken bij koeien en zeugen binnen 48 uur voor de verwachte geboorte. De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet aangetoond bij drachtige merries. Niet gebruiken tijdens de gehele drachtperiode.
Uit laboratoriumonderzoek bij ratten zijn gegevens naar voren gekomen die wijzen op foetotoxische effecten van flunixine na intramusculaire toediening van een maternotoxische doses evenals verlenging van de dracht. Binnen 36 uur na de geboorte het diergeneesmiddel uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten�risicobeoordeling van de behandelend dierenarts, behandelde dieren moeten worden gecontroleerd op achtergebleven placenta. Vruchtbaarheid: De veiligheid van het diergeneesmiddel werd niet aangetoond bij stieren, hengsten en beren die bestemd zijn voor de fokkerij. Niet gebruiken bij fokstieren, dekhengsten en fokberen.
Van gebruik
Toedieningswijze:
Runderen en paarden: intraveneus.
Varkens: intramusculair.
Rund: 2,2 mg flunixine per kg lichaamsgewicht per dag (overeenkomend met 2 ml NIGLUMINE per 45 kg LG), intraveneus. Indien nodig kan deze dosering herhaald worden met 24 uur interval gedurende 3 opeenvolgende dagen.
Paard: 1,1 mg flunixine per kg lichaamsgewicht per dag (overeenkomend met 1 ml NIGLUMINE per 45 kg LG), intraveneus, met 24 uur interval gedurende 5 opeenvolgende dagen afhankelijk van het effect.
Varken: 2,2 mg flunixine per kg lichaamsgewicht per dag (overeenkomend met 2 ml NIGLUMINE per 45 kg LG), intramusculair met 12 uur interval tot 2 maal afhankelijk van het effect, tezamen met antimicrobiële therapie. Om de lokale irritatie op de plaats van de injectie te reduceren dient het injectie volume beperkt te blijven tot 5 ml per site.
| CNK | 2586683 |
|---|---|
| Organisaties | Dopharma Veterinaire Farmaca |
| Hoeveelheid verpakking | 100 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |